Wind en stromend water vormden eeuwenlang de energiebron voor ambachtelijke en vroeg- industriële processen. Elk dorp had zijn eigen korenmolen en door het innovatieve vermogen van molenmakers werden naast die graanmolens ook oliemolens, houtzaagmolens, papiermolens en volmolens ontwikkeld.In het begin van de negentiende eeuw kende Limburg grote industriemolens zoals de Volmolen in Epen en de papiermolens van Mechelen, Gulpen en Meerssen. Maastricht was nooit als industriestad tot ontwikkeling gekomen zonder de watermolens op de Jeker, die grondstof bewerkten voor de aardewerkindustrie. Later werden deze molens omgebouwd tot korenmolens.
Bij de ontginning van de Peel als landbouwgebied ontstond de behoefte aan nieuwe windmolens. Vaak werden molens elders in Nederland opgekocht en hier herbouwd.
Het molenbestand in Limburg is door al deze ontwikkelingen heel divers. Om deze monumenten van bedrijf en techniek in stand te houden moeten zij regelmatig in werking worden gesteld . Dit gebeurt door enthousiaste molenliefhebbers, verenigd in de Limburgse afdeling van het Gilde van Vrijwillige Molenaars (GVM). Het GVM verzorgt opleidingen voor mensen die in hun vrije tijd monumentale wind- en watermolens willen laten draaien.
Direct naar website: www.limburgsemolens.nl
